Lied

noun
lied
A1

Lied betekent ‘lied’ of ‘song’. Het is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Lied. Het meervoud is onregelmatig: die Lieder (met umlaut + -er). Genitief enkelvoud: des Liedes; datief meervoud: den Liedern. Veelgebruikt voor muziek en in samenstellingen zoals Liedtext.

Voorbeelden

Ich singe ein Lied.
Ik zing een lied.
Die Sängerin sang das Lied, obwohl das Publikum müde war.
De zangeres zong het lied, hoewel het publiek moe was.
Das Lied im Radio ist sehr schön.
Het lied op de radio is erg mooi.

Details

MeervoudLieder

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativedas Lieddie Lieder
genitivedes Liedesder Lieder
dativedem Liedden Liedern
accusativedas Lieddie Lieder

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je een kort «lied» voor dat rond een kampvuur wordt gezongen.
👂klinkt als «lead» — stel je voor dat je de leadzanger in een lied volgt.
⚧️das — denk aan «das Lied» (onzijdig); stel je een label «das» op een muziekblad voor.

Opmerkingen

Meervoud: «Lieder». Veelvoorkomend zelfstandig naamwoord voor muziekstukken; onzijdig.

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek