noun
lied
A1
Lied betekent ‘lied’ of ‘song’. Het is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Lied. Het meervoud is onregelmatig: die Lieder (met umlaut + -er). Genitief enkelvoud: des Liedes; datief meervoud: den Liedern. Veelgebruikt voor muziek en in samenstellingen zoals Liedtext.
Voorbeelden
Ich singe ein Lied.
Ik zing een lied.
Die Sängerin sang das Lied, obwohl das Publikum müde war.
De zangeres zong het lied, hoewel het publiek moe was.
Das Lied im Radio ist sehr schön.
Het lied op de radio is erg mooi.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een kort «lied» voor dat rond een kampvuur wordt gezongen.
klinkt als «lead» — stel je voor dat je de leadzanger in een lied volgt.
das — denk aan «das Lied» (onzijdig); stel je een label «das» op een muziekblad voor.
Opmerkingen
Meervoud: «Lieder». Veelvoorkomend zelfstandig naamwoord voor muziekstukken; onzijdig.