lieben

verb
houden van, liefhebben
A1

lieben betekent ‘houden van’ of ‘liefhebben’. Het is een zwak, niet-reflexief werkwoord dat een accusatief object krijgt: jemanden lieben. Voltooid deelwoord: geliebt; hulpwerkwoord: haben. Veel gebruikt voor sterke genegenheid, in relaties, literatuur en liedjes.

Voorbeelden

Ich habe dich immer geliebt.
Ik heb altijd van je gehouden.
Ich liebe Schokolade.
Ik hou van chocolade.
Er liebte seine Frau.
Hij hield van zijn vrouw.

Details

Hulpwerkwoordhaben
ScheidbaarNee
RegelmatigJa
Werkwoordtypeweak

Hoofdsvormen

Präsens (3. Sg.)er/sie/es liebt
Präteritum (3. Sg.)er/sie/es liebte
Perfekter/sie/es hat geliebt

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je harten voor die op iemand 'leven': li(e)ben ~ leven met liefde.
👂Klinkt als 'leaven' maar met i — denk aan liefde die rijst als gist.

Opmerkingen

Regelmatig zwak werkwoord. Kan transitief worden gebruikt («jemanden lieben» = van iemand houden).

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek

ichliebe
duliebst
er/sie/esliebt
wirlieben
ihrliebt
sie/Sielieben
ichwerde geliebt
duwirst geliebt
er/sie/eswird geliebt
wirwerden geliebt
ihrwerdet geliebt
sie/Siewerden geliebt
ichliebe
duliebest
er/sie/esliebe
wirlieben
ihrliebet
sie/Sielieben
ichwerde geliebt
duwerdest geliebt
er/sie/eswerde geliebt
wirwerden geliebt
ihrwerdet geliebt
sie/Siewerden geliebt
ichliebte
duliebtest
er/sie/esliebte
wirliebten
ihrliebtet
sie/Sieliebten
ichwürde geliebt
duwürdest geliebt
er/sie/eswürde geliebt
wirwürden geliebt
ihrwürdet geliebt
sie/Siewürden geliebt
dulieb!/liebe!
ihrliebt!
Sielieben!