verb
houden van, liefhebben
A1
lieben betekent ‘houden van’ of ‘liefhebben’. Het is een zwak, niet-reflexief werkwoord dat een accusatief object krijgt: jemanden lieben. Voltooid deelwoord: geliebt; hulpwerkwoord: haben. Veel gebruikt voor sterke genegenheid, in relaties, literatuur en liedjes.
Voorbeelden
Ich habe dich immer geliebt.
Ik heb altijd van je gehouden.
Ich liebe Schokolade.
Ik hou van chocolade.
Er liebte seine Frau.
Hij hield van zijn vrouw.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je harten voor die op iemand 'leven': li(e)ben ~ leven met liefde.
Klinkt als 'leaven' maar met i — denk aan liefde die rijst als gist.
Opmerkingen
Regelmatig zwak werkwoord. Kan transitief worden gebruikt («jemanden lieben» = van iemand houden).