Film

noun
film
A1

Film is een mannelijk zelfstandig naamwoord en betekent ‘film’ of ‘bioscoopfilm’. Meervoud: Filme. Regelmatige verbuiging. Veelgebruikte combinaties zijn einen Film sehen en ins Kino gehen. Ook in technische contexten voor film- of opnameband.

Voorbeelden

Wir sehen heute einen Film im Kino.
We gaan vanavond naar de bioscoop om een film te kijken.
Der Regisseur zeigte den Film, den er vor zwei Jahren drehte, weil das Festival eine Vorführung plante.
De regisseur liet de film zien die hij twee jaar geleden had opgenomen, omdat het festival een vertoning plande.
Ich sehe einen Film.
Ik kijk een film.

Details

MeervoudFilme

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativeder Filmdie Filme
genitivedes Filmsder Filme
dativedem Filmden Filmen
accusativeden Filmdie Filme

Ezelsbruggetjes

👁️zie een filmrol met ‘der Film’ erop gestempeld
👂hetzelfde als het Engelse ‘film’ — makkelijk te onthouden
⚧️der = stel je een mannelijke regisseur (‘der’) voor die een filmrol vasthoudt

Opmerkingen

Het meervoud is regelmatig: Filme. Heel gebruikelijk woord; identiek aan het Engels.

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek