noun
film
A1
Film is een mannelijk zelfstandig naamwoord en betekent ‘film’ of ‘bioscoopfilm’. Meervoud: Filme. Regelmatige verbuiging. Veelgebruikte combinaties zijn einen Film sehen en ins Kino gehen. Ook in technische contexten voor film- of opnameband.
Voorbeelden
Wir sehen heute einen Film im Kino.
We gaan vanavond naar de bioscoop om een film te kijken.
Der Regisseur zeigte den Film, den er vor zwei Jahren drehte, weil das Festival eine Vorführung plante.
De regisseur liet de film zien die hij twee jaar geleden had opgenomen, omdat het festival een vertoning plande.
Ich sehe einen Film.
Ik kijk een film.
Details
Ezelsbruggetjes
zie een filmrol met ‘der Film’ erop gestempeld
hetzelfde als het Engelse ‘film’ — makkelijk te onthouden
der = stel je een mannelijke regisseur (‘der’) voor die een filmrol vasthoudt
Opmerkingen
Het meervoud is regelmatig: Filme. Heel gebruikelijk woord; identiek aan het Engels.