noun
feest, party
A1
die Party is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord en betekent ‘feest’ of ‘party’. Meervoud: die Partys. Het is een leenwoord uit het Engels en komt veel voor in de spreektaal. Vaak met auf: auf einer Party sein, auf die Party gehen.
Voorbeelden
Sie verließen die Party früh, weil das Wetter schlimmer wurde und kein Bus fuhr.
Ze verlieten het feest vroeg omdat het weer slechter werd en er geen bus reed.
Am Samstag feiere ich meinen Geburtstag mit einer großen Party.
Op zaterdag vier ik mijn verjaardag met een groot feest.
Die Party war eine große Feier für alle Freunde.
Het feest was een groot feest voor alle vrienden.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je ballonnen en muziek voor op een feest.
Hetzelfde als Engels ‘party’.
die -> stel je een vrouwelijke partybanner voor (vrouwelijk).
Opmerkingen
« Party » is een leenwoord uit het Engels en is vrouwelijk in het Duits. Het meervoud kan « Partys » of « Parties » zijn; beide worden gebruikt.