noun
concert, optreden
A2
Konzert betekent „concert”, meestal een live muzikaal optreden. Het is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Konzert, meervoud die Konzerte. Genitief enkelvoud: des Konzerts. Veelgebruikte combinaties zijn ins Konzert gehen en auf ein Konzert gehen. Regelmatige verbuiging, heel gangbaar.
Voorbeelden
Ich gehe heute Abend auf ein Konzert.
Ik ga vanavond naar een concert.
Die Eltern kauften Karten für das Konzert, damit die Kinder die Musik live hörten.
De ouders kochten kaartjes voor het concert zodat de kinderen de muziek live konden horen.
Das Konzert beginnt um acht Uhr.
Het concert begint om acht uur.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een grote zaal vol mensen voor die naar een concert luisteren.
Klinkt als het Engelse ‘concert’.
das — denk aan ‘das Konzert’ (onzijdig): stel je een neutraal podium voor.
Opmerkingen
Konzert is onzijdig. Meervoud is normaal gesproken «Konzerte». Gebruikt voor muzikale evenementen en soms breder voor optredens.