noun
licht
A1
Licht is een onzijdig zelfstandig naamwoord en betekent ‘licht’ of ‘verlichting’. Vorm: das Licht, meervoud die Lichter; genitief des Lichts. Het kan gaan om natuurlijk of kunstmatig licht, maar ook om afzonderlijke lichten. Veel gebruikt in samenstellingen en uitdrukkingen.
Voorbeelden
Der Techniker reparierte das Licht, als der Sturm die Kabel beschädigte.
De technicus repareerde het licht toen de storm de kabels beschadigde.
Ich schalte das Licht an.
Ik doe het licht aan.
Das Licht ist aus.
Het licht is uit.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een heldere lamp voor met het label « das Licht ».
Onzijdig « das » — stel je een lamp voor met een label « das ».
Opmerkingen
Kan telbaar zijn (Lichter = lichten) of ontelbaar (licht in het algemeen).