noun
kist, krat
B1
Kiste is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord en betekent ‘kist’, ‘krat’ of ‘doos’, vaak voor opslag of vervoer. Meervoud: Kisten. Regelmatige verbuiging: die Kiste, der Kiste, die Kisten. Veelgebruikte combinatie: eine Kiste Wein.
Voorbeelden
Die alten Bücher sind in einer Kiste auf dem Dachboden.
De oude boeken zitten in een doos op zolder.
Die Kiste ist voll mit Büchern.
De doos zit vol boeken.
Die Nachbarn packten die Bücher in die Kiste, weil der Umzug am nächsten Tag begann.
De buren pakten de boeken in de kist, omdat de verhuizing de volgende dag begon.
Details
Ezelsbruggetjes
stel je een houten kist (krat) voor met een groot label ‘KISTE’ erop
klinkt als ‘kissed’ — stel je een houten kist voor die met een lint is ‘gekust’
vrouwelijk: stel je een vrouw (die) voor die spullen in de kist inpakt — die Kiste
Opmerkingen
Meervoud: Kisten. Veelgebruikt in verhuis- en opslagcontexten.