noun
kaars
B1
vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Kerze betekent kaars. Meervoud: die Kerzen. Het gaat om een waskaars voor licht, decoratie of ceremonies. Veelgebruikt thuis, bij feesten en in de kerk. Veelvoorkomende uitdrukking: eine Kerze anzünden.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Die Gäste verließen das Haus, weil der Rauch von der Kerze den Raum füllte.
De gasten verlieten het huis omdat de rook van de kaars de kamer vulde.
Die Kerze steht auf dem Tisch.
De kaars staat op tafel.
Ich habe eine Kerze.
Ik heb een kaars.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je een brandende kaars op een verjaardagstaart voor.
«Kerze» lijkt een beetje op «curse» (zonder de «s») — stel je een klein vlammetje voor in plaats van een vloek.
Vrouwelijk: stel je een vrouw (die) voor die de kaars vasthoudt — die Kerze.
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Wordt vaak gebruikt voor verjaardagen en als decoratie. Het meervoud is Kerzen.