Kirche

noun
kerk
A2

Kirche is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord en betekent „kerk” als gebouw of als christelijke gemeenschap. Lidwoord: die Kirche. Meervoud: die Kirchen. Regelmatige verbuiging. Vaak: in die Kirche (richting) en in der Kirche (plaats).

Voorbeelden

Die Kirche in unserem Dorf ist sehr alt.
De kerk in ons dorp is heel oud.
Die Touristen besuchten die Kirche, weil sie die alte Architektur sehen wollten.
De toeristen bezochten de kerk omdat ze de oude architectuur wilden zien.
Ich gehe in die Kirche.
Ik ga naar de kerk.

Details

MeervoudKirchen

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativedie Kirchedie Kirchen
genitiveder Kircheder Kirchen
dativeder Kircheden Kirchen
accusativedie Kirchedie Kirchen

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je een klein gebouw voor met een kruis en veel ramen in de vorm van een «K».
👂Klinkt een beetje als het Engelse «kirk» (Scots voor kerk).
⚧️Die Kirche — denk aan «die» als het traditionele, gemeenschappelijke gebouw.

Opmerkingen

Kirche is een veelvoorkomend vrouwelijk zelfstandig naamwoord dat een christelijke kerk of de kerk als instelling aanduidt.

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek