noun
kerk
A2
Kirche is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord en betekent „kerk” als gebouw of als christelijke gemeenschap. Lidwoord: die Kirche. Meervoud: die Kirchen. Regelmatige verbuiging. Vaak: in die Kirche (richting) en in der Kirche (plaats).
Voorbeelden
Die Kirche in unserem Dorf ist sehr alt.
De kerk in ons dorp is heel oud.
Die Touristen besuchten die Kirche, weil sie die alte Architektur sehen wollten.
De toeristen bezochten de kerk omdat ze de oude architectuur wilden zien.
Ich gehe in die Kirche.
Ik ga naar de kerk.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een klein gebouw voor met een kruis en veel ramen in de vorm van een «K».
Klinkt een beetje als het Engelse «kirk» (Scots voor kerk).
Die Kirche — denk aan «die» als het traditionele, gemeenschappelijke gebouw.
Opmerkingen
Kirche is een veelvoorkomend vrouwelijk zelfstandig naamwoord dat een christelijke kerk of de kerk als instelling aanduidt.