adjective
duidelijk, helder, klaar
A1
klar betekent ‘duidelijk’, ‘helder’ of ‘evident’. Het is een bijvoeglijk naamwoord dat je kunt vergelijken: klarer, am klarsten. Het komt zowel attributief als predicatief voor: ein klarer Himmel, das ist klar. Veelvoorkomende tegenstellingen zijn unklar, trüb en nebelig.
Voorbeelden
Die Antwort ist klar.
Het antwoord is duidelijk.
Es war klar, dass die Besprechung später begann, weil mehrere Leute zu spät kamen.
Het was duidelijk dat de vergadering later begon, omdat meerdere mensen te laat kwamen.
Details
Ezelsbruggetjes
Een raam dat zo schoon is geveegd dat alles ‘klar’ (helder) is
klinkt als ‘clear’ / de ‘k’-klank — ‘klar’ = helder
Opmerkingen
Kan zowel letterlijk (helder) als figuurlijk (duidelijk/overduidelijk) worden gebruikt.