noun
kiosk
A1
der Kiosk betekent een kleine kiosk of verkoopstand, waar je bijvoorbeeld kranten, snacks, drankjes of kaartjes koopt. Mannelijk zelfstandig naamwoord; meervoud: Kioske. Regelmatige verbuiging.
Voorbeelden
Der Kiosk an der Ecke verkauft Zeitungen.
De kiosk op de hoek verkoopt kranten.
Ich kaufe eine Zeitung am Kiosk.
Ik koop een krant bij de kiosk.
Der Verkäufer am Kiosk erklärte die Preise, nachdem mehrere Kunden nach Süßigkeiten fragten.
De verkoper bij de kiosk legde de prijzen uit nadat meerdere klanten om snoep hadden gevraagd.
Details
Ezelsbruggetjes
een kleine straatkraam met tijdschriften en snacks met het label ‘Kiosk’
kiosk — hetzelfde als Engels ‘kiosk’
der → stel je een mannelijke verkoper bij de kiosk voor