adjective
ideaal, perfect
B1
ideal betekent „ideaal”, „perfect” of „het meest geschikt”. Het is een bijvoeglijk naamwoord dat je kunt vergelijken: idealer, am idealsten. Je gebruikt het voor optimale omstandigheden, oplossingen of situaties. Veelgebruikt, zonder vaste prepositie.
Voorbeelden
Der Himmel war klar — das Wetter war ideal für ein Picknick.
De lucht was helder — het weer was ideaal voor een picknick.
Das Zimmer schien ideal, weil es sowohl ruhig als auch hell war.
De kamer leek ideaal omdat ze zowel rustig als licht was.
Das ist die ideale Lösung für unser Problem.
Dat is de ideale oplossing voor ons probleem.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een glanzende trofee voor met het label ‘IDEAL’ — het best mogelijke voorbeeld.
klinkt als ‘eye-deal’ — denk aan het perfecte idee (eye + deal).
Opmerkingen
Gebruikt om een best mogelijke situatie of eigenschap te beschrijven. Kan worden verbogen (meer ideaal, het meest ideaal), maar vergelijkende vormen zijn minder gebruikelijk in alledaagse spraak.