pronoun
hem
A1
ihn is het persoonlijk voornaamwoord in de accusatief, mannelijk enkelvoud, en betekent ‘hem’. Het staat als lijdend voorwerp, bv. Ich sehe ihn. Nominatief: er; datief: ihm. Niet wederkerig en geen bijzondere vorm buiten de standaardvervoeging.
Voorbeelden
Die Polizei verfolgte ihn, weil Zeugen ihn in der Nähe sahen, als der Diebstahl geschah.
De politie achtervolgde hem omdat getuigen hem in de buurt zagen toen de diefstal plaatsvond.
Ich sehe ihn jeden Tag.
Ik zie hem elke dag.
Details
Ezelsbruggetjes
Visualiseer dat je naar een man wijst als object: ‘Ich sehe ihn’.
Denk aan het Engelse ‘him’ — ‘ihn’ is de accusatiefvorm.
Opmerkingen
‘ihn’ is de accusatiefvorm van ‘er’.