noun
hut, cabin
B1
Hütte betekent ‘hut’, ‘blokhut’ of ‘berghut’. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Hütte, meervoud Hütten. De verbuiging is regelmatig: der Hütte, den Hütten, der Hütten. Het duidt meestal op een klein, eenvoudig gebouw, vaak in de bergen of op het platteland.
Voorbeelden
Die Wandergruppe besuchte eine Hütte, die seit dem Winter geschlossen war.
De wandelgroep bezocht een hut die sinds de winter gesloten was.
Die Dorfbewohner bauten eine kleine Hütte aus Holz.
De dorpsbewoners bouwden een kleine hut van hout.
In den Bergen haben wir in einer gemütlichen Hütte übernachtet.
In de bergen hebben we overnacht in een gezellige hut.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een kleine houten hut voor met rook uit de schoorsteen op een besneeuwde berg
klinkt als Engels 'hut'
die Hütte — stel je een vrouw (die) voor die de deur van de knusse hut opent
Opmerkingen
Hütte verwijst meestal naar een klein gebouw dat als schuilplaats dient, vaak op het platteland of in bergachtige gebieden. Meervoud: Hütten.