Hütte

noun
hut, cabin
B1

Hütte betekent ‘hut’, ‘blokhut’ of ‘berghut’. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Hütte, meervoud Hütten. De verbuiging is regelmatig: der Hütte, den Hütten, der Hütten. Het duidt meestal op een klein, eenvoudig gebouw, vaak in de bergen of op het platteland.

Voorbeelden

Die Wandergruppe besuchte eine Hütte, die seit dem Winter geschlossen war.
De wandelgroep bezocht een hut die sinds de winter gesloten was.
Die Dorfbewohner bauten eine kleine Hütte aus Holz.
De dorpsbewoners bouwden een kleine hut van hout.
In den Bergen haben wir in einer gemütlichen Hütte übernachtet.
In de bergen hebben we overnacht in een gezellige hut.

Details

MeervoudHütten

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativedie Hüttedie Hütten
genitiveder Hütteder Hütten
dativeder Hütteden Hütten
accusativedie Hüttedie Hütten

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je een kleine houten hut voor met rook uit de schoorsteen op een besneeuwde berg
👂klinkt als Engels 'hut'
⚧️die Hütte — stel je een vrouw (die) voor die de deur van de knusse hut opent

Opmerkingen

Hütte verwijst meestal naar een klein gebouw dat als schuilplaats dient, vaak op het platteland of in bergachtige gebieden. Meervoud: Hütten.

Categorie

Woordenschatverkenner

In de buurt in het woordenboek