verb
hopen
A2
hoffen is een regelmatig werkwoord dat vooral „hopen” betekent. Het wordt vaak gebruikt met auf + accusatief in de betekenis „hopen op iets” of met een dass-zin. Niet wederkerend, voltooid deelwoord: gehofft, perfect met haben.
Voorbeelden
Ich habe auf das Beste gehofft.
Ik hoopte op het beste.
Ich hoffe, dass es regnet.
Ik hoop dat het gaat regenen.
Ich hoffe, das Wetter bleibt schön.
Ik hoop dat het weer mooi blijft.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je samengevouwen handen voor vol hoop terwijl je aan het woord «hoffen» denkt.
Klinkt als het Engelse «hope» met een extra f; leg de woorden aan elkaar.
Opmerkingen
Hoffen is een regelmatig zwak werkwoord dat vaak wordt gebruikt om wens of verwachting uit te drukken. Het is niet wederkerend en gebruikt normaal gesproken «haben» als hulpwerkwoord in samengestelde tijden. | Onovergankelijk werkwoord; de lijdende vorm is niet van toepassing.