noun
binnenplaats, erf, boerenerf
B1
Hof betekent vooral ‘binnenplaats’, ‘erf’ of ‘boerderij’. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Hof, meervoud die Höfe. Genitief: des Hofes; datief meervoud: den Höfen. Ook vaak in plaatsnamen en samenstellingen.
Voorbeelden
Die Tiere wurden auf dem Hof versorgt, als der Bauer wegen Krankheit nicht kommen konnte.
De dieren werden op de boerderij verzorgd toen de boer wegens ziekte niet kon komen.
Die Kinder spielten den ganzen Nachmittag im Hof.
De kinderen speelden de hele middag op de binnenplaats.
Der alte Bauernhof hat einen großen Hof für die Tiere.
De oude boerderij heeft een grote binnenplaats voor de dieren.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een huis voor met een open centrale binnenplaats vol bloemen — dat is de Hof
klinkt als Engels „hof” — denk aan „hof” = binnenplaats
der Hof — onthoud „der” (mannelijk): stel je de binnenplaats voor met een groot mannelijk standbeeld
Opmerkingen
Hof kan een binnenplaats betekenen (in een gebouwencomplex) of een erf/boerenerf. Het meervoud is Höfe. De context bepaalt of het om een stedelijke binnenplaats of een landelijk boerenerf gaat.