Hof

noun
binnenplaats, erf, boerenerf
B1

Hof betekent vooral ‘binnenplaats’, ‘erf’ of ‘boerderij’. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Hof, meervoud die Höfe. Genitief: des Hofes; datief meervoud: den Höfen. Ook vaak in plaatsnamen en samenstellingen.

Voorbeelden

Die Tiere wurden auf dem Hof versorgt, als der Bauer wegen Krankheit nicht kommen konnte.
De dieren werden op de boerderij verzorgd toen de boer wegens ziekte niet kon komen.
Die Kinder spielten den ganzen Nachmittag im Hof.
De kinderen speelden de hele middag op de binnenplaats.
Der alte Bauernhof hat einen großen Hof für die Tiere.
De oude boerderij heeft een grote binnenplaats voor de dieren.

Details

MeervoudHöfe

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativeder Hofdie Höfe
genitivedes Hofesder Höfe
dativedem Hofden Höfen
accusativeden Hofdie Höfe

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je een huis voor met een open centrale binnenplaats vol bloemen — dat is de Hof
👂klinkt als Engels „hof” — denk aan „hof” = binnenplaats
⚧️der Hof — onthoud „der” (mannelijk): stel je de binnenplaats voor met een groot mannelijk standbeeld

Opmerkingen

Hof kan een binnenplaats betekenen (in een gebouwencomplex) of een erf/boerenerf. Het meervoud is Höfe. De context bepaalt of het om een stedelijke binnenplaats of een landelijk boerenerf gaat.

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek