adjective
hoog
A1
hoch betekent „hoog”, „verheven” of „hoog” in de zin van niveau of intensiteit. Het is een bijvoeglijk naamwoord met hogere trap höher en overtreffende trap am höchsten. Je gebruikt het voor hoogte, niveaus, prijzen en sterkte. Heel gebruikelijk, met klinkerverandering in de vergrotende trap.
Voorbeelden
Als der Turm so hoch gebaut wurde, warnte der Architekt, dass zusätzliche Sicherungen nötig waren.
Toen de toren zo hoog werd gebouwd, waarschuwde de architect dat extra veiligheidsmaatregelen nodig waren.
Der Berg ist sehr hoch.
De berg is erg hoog.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een wolkenkrabber voor die zo hoog is dat hij de lucht raakt.
Klinkt als Engels «hawk»; denk aan hoogte.
niet van toepassing
Opmerkingen
Wordt gebruikt voor fysieke hoogte en ook figuurlijk, bijvoorbeeld een hoge prijs.