adjective
kort
A1
kurz betekent „kort” of „kortdurend”, zowel in lengte als in tijd. Het kan ook als bijwoord gebruikt worden, bijvoorbeeld kurz vor = „vlak voor”. Vergelijking: kürzer, am kürzesten. Tegenwoord: lang.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Die Pause war heute nur sehr kurz.
De pauze was vandaag maar heel kort.
Die Pause war kurz, obwohl die Studenten mehr Zeit verlangten.
De pauze was kort, hoewel de studenten meer tijd eisten.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
een kort potloodstompje
rijmt op het Engelse ‘curts’ — denk aan ‘curt’, wat kortaf/beknopt betekent
niet van toepassing
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Kan lengte in de ruimte of in de tijd beschrijven.