noun
hobby, tijdsbesteding
A1
Hobby is een onzijdig zelfstandig naamwoord en betekent „hobby”, „vrijetijdsbesteding” of „liefhebberij”. Meervoud: Hobbys, soms ook Hobbies. Het is een leenwoord uit het Engels en wordt normaal verbogen: das Hobby, die Hobbys. Heel gebruikelijk bij praten over interesses.
Voorbeelden
Ich habe Hobbys.
Ik heb hobby's.
Mein Hobby ist Lesen.
Mijn hobby is lezen.
Wegen seines Hobbys reiste der Mann oft, sodass die Familie manchmal allein blieb.
Vanwege zijn hobby reisde de man vaak, zodat het gezin soms alleen achterbleef.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een klein label op een doos voor met «das Hobby» en knutselspullen erin.
klinkt als het Engelse «hobby» — dezelfde betekenis.
das (onzijdig) — stel je een neutrale doos voor met het label «das Hobby» om «das» te onthouden.
Opmerkingen
Leenwoord uit het Engels; meervoud in het dagelijks Duits meestal Hobbys.