Hobby

noun
hobby, tijdsbesteding
A1

Hobby is een onzijdig zelfstandig naamwoord en betekent „hobby”, „vrijetijdsbesteding” of „liefhebberij”. Meervoud: Hobbys, soms ook Hobbies. Het is een leenwoord uit het Engels en wordt normaal verbogen: das Hobby, die Hobbys. Heel gebruikelijk bij praten over interesses.

Voorbeelden

Ich habe Hobbys.
Ik heb hobby's.
Mein Hobby ist Lesen.
Mijn hobby is lezen.
Wegen seines Hobbys reiste der Mann oft, sodass die Familie manchmal allein blieb.
Vanwege zijn hobby reisde de man vaak, zodat het gezin soms alleen achterbleef.

Details

MeervoudHobbys

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativedas Hobbydie Hobbys
genitivedes Hobbysder Hobbys
dativedem Hobbyden Hobbys
accusativedas Hobbydie Hobbys

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je een klein label op een doos voor met «das Hobby» en knutselspullen erin.
👂klinkt als het Engelse «hobby» — dezelfde betekenis.
⚧️das (onzijdig) — stel je een neutrale doos voor met het label «das Hobby» om «das» te onthouden.

Opmerkingen

Leenwoord uit het Engels; meervoud in het dagelijks Duits meestal Hobbys.

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek