noun
sneeuw
A2
Schnee is een mannelijk zelfstandig naamwoord: ‘sneeuw’. Het is meestal een stofnaam en heeft daarom normaal geen meervoud. Genitief: des Schnees. Komt vaak voor met weerwerkwoorden zoals es schneit. Om te tellen gebruik je liever woorden als Schneeflocke.
Voorbeelden
Die Behörde sperrte die Zufahrt wegen des starken Schnees, damit keine Autos steckenblieben.
De autoriteit sloot de toegangsweg af vanwege de zware sneeuwval, zodat geen auto’s vast zouden komen te zitten.
Es fällt Schnee.
Het sneeuwt.
Im Winter fällt oft Schnee.
In de winter valt er vaak sneeuw.
Details
Ezelsbruggetjes
stel je witte vlokken voor die de grond bedekken — ‘Schnee’ = sneeuw
der (mannelijk) — stel je een klein sneeuwmannetje voor (zoals ‘der’)
Opmerkingen
Vaak niet-telbaar in het Duits wanneer het om sneeuw in het algemeen gaat. | Alleen enkelvoud; meervoudsvormen zijn niet van toepassing.