noun
zomer
A1
Sommer betekent ‘zomer’. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Sommer, meervoud Sommer (zelfde vorm). Genitief: des Sommers. Vaak in de uitdrukking im Sommer (‘in de zomer’). Regelmatige verbuiging, zonder bijzonder meervoud.
Voorbeelden
Die Firma kündigte an, dass die neue Saison im Sommer begann, weil die Werbung früh verteilt wurde.
Het bedrijf kondigde aan dat het nieuwe seizoen in de zomer begon, omdat de reclame vroeg werd verspreid.
Im Sommer fahren wir ans Meer.
In de zomer gaan we naar zee.
Im Sommer fahren wir ans Meer.
In de zomer gaan we naar zee.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een zonnig strand voor met het woord ‘der Sommer’ erop gestempeld.
Doet denken aan Engels ‘summer’ — dezelfde wortel.
der Sommer — denk aan een stoere zonnebadende man met ‘der’.