noun
verwarming, kachel, radiator
A2
Heizung is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord en betekent „verwarming” of „verwarmingstoestel/radiator”. Meervoud: Heizungen. Het kan gaan om het hele verwarmingssysteem of om één radiator. Veelgebruikte werkwoorden: anstellen, ausmachen, aufdrehen.
Voorbeelden
Die Heizung ist im Winter sehr wichtig.
Verwarming is in de winter erg belangrijk.
Die Heizung ist kaputt.
De verwarming is kapot.
Die neue Heizung spart viel Energie.
De nieuwe verwarming bespaart veel energie.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je radiatoren voor met het label «Heizung» die warm gloeien.
Heizung klinkt als «heating» met een Duitse uitgang.
Opmerkingen
Verwijst naar een centrale verwarmingsinstallatie of een individuele verwarming; meervoud «Heizungen».