heißen

verb
heten, betekenen
A1

heißen is een onregelmatig gemengd werkwoord en betekent „heten” of „genoemd worden”; in uitdrukkingen als das heißt ook „dat wil zeggen”. Präteritum: hieß; voltooid deelwoord: geheißen. Het gebruikt haben, is niet reflexief en niet scheidbaar.

Voorbeelden

Dieses Wort heißt auf Englisch 'to be called'.
Dit woord betekent in het Engels 'to be called'.
Er hieß Peter.
Hij heette Peter.
Ich habe früher so geheißen.
Ik heette vroeger zo.

Details

Hulpwerkwoordhaben
ScheidbaarNee
RegelmatigNee
Werkwoordtypemixed
Stamveranderingenpast stem vowel change: heißen → hieß (Präteritum)

Hoofdsvormen

Präsens (3. Sg.)er/sie/es heißt
Präteritum (3. Sg.)er/sie/es hieß
Perfekter/sie/es hat geheißen

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je voor dat iemand wijst en zegt: 'Jij heet ...' — heißen = heten
👂Klinkt als Engels 'hiss' — denk aan je naam aankondigen met een sis? (grappige link)

Opmerkingen

Veelgebruikt werkwoord om iemands naam aan te geven. Perfectum met 'haben' (hat geheißen). | Onovergankelijk werkwoord; passieve vormen zijn niet van toepassing.

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek

ichheiße
duheißt
er/sie/esheißt
wirheißen
ihrheißt
sie/Sieheißen
ichheiße
duheißest
er/sie/esheiße
wirheißen
ihrheißet
sie/Sieheißen
ichhieße
duhießest
er/sie/eshieße
wirhießen
ihrhießet
sie/Siehießen
duheiß(e)!
ihrheißt!
Sieheißen