noun
deurbel, bel
B1
Klingel is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Klingel, meervoud die Klingeln. Het betekent ‘bel’ of vooral ‘deurbel’. Regelmatige verbuiging. Het woord komt vaak voor met werkwoorden als klingeln en läuten; de context maakt duidelijk welk soort bel bedoeld is.
Voorbeelden
Es hat an der Tür geklingelt.
Er werd aangebeld.
Die Klingel an der Haustür ist kaputt.
De deurbel bij de voordeur is kapot.
Bitte drück die Klingel, bevor du hereinkommst.
Druk alsjeblieft op de bel voordat je binnenkomt.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een kleine bel voor naast een deur waar je op drukt.
kling- als het Engelse „cling” of „ring” met een „gel”-uitgang.
die — denk aan „die Klingel” als „het kleine belletje” om het vrouwelijke geslacht te onthouden
Opmerkingen
Een veelvoorkomend zelfstandig naamwoord voor alledaags gebruik. Meervoud: Klingeln kan meerdere bellen of belgeluiden betekenen.