Klingel

noun
deurbel, bel
B1

Klingel is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Klingel, meervoud die Klingeln. Het betekent ‘bel’ of vooral ‘deurbel’. Regelmatige verbuiging. Het woord komt vaak voor met werkwoorden als klingeln en läuten; de context maakt duidelijk welk soort bel bedoeld is.

Voorbeelden

Es hat an der Tür geklingelt.
Er werd aangebeld.
Die Klingel an der Haustür ist kaputt.
De deurbel bij de voordeur is kapot.
Bitte drück die Klingel, bevor du hereinkommst.
Druk alsjeblieft op de bel voordat je binnenkomt.

Details

MeervoudKlingeln

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativedie Klingeldie Klingeln
genitiveder Klingelder Klingeln
dativeder Klingelden Klingeln
accusativedie Klingeldie Klingeln

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je een kleine bel voor naast een deur waar je op drukt.
👂kling- als het Engelse „cling” of „ring” met een „gel”-uitgang.
⚧️die — denk aan „die Klingel” als „het kleine belletje” om het vrouwelijke geslacht te onthouden

Opmerkingen

Een veelvoorkomend zelfstandig naamwoord voor alledaags gebruik. Meervoud: Klingeln kan meerdere bellen of belgeluiden betekenen.

Categorie

Woordenschatverkenner

In de buurt in het woordenboek