verb
helpen, bijstaan
A1
helfen is een sterk, onregelmatig werkwoord met de betekenis ‘helpen’ of ‘bijstaan’. In de tegenwoordige tijd verandert de stamklinker e→i: du hilfst, er hilft; voltooid deelwoord: geholfen; hulpwerkwoord haben. Het werkwoord regeert de datief: jemandem helfen.
Voorbeelden
Die Krankenschwester hilft dem Patienten.
De verpleegkundige helpt de patiënt.
Kannst du mir bitte helfen?
Kun je me alsjeblieft helpen?
Ich habe ihm geholfen.
Ik heb hem geholpen.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een hand voor die uitreikt om te helpen — helfen
Klinkt als Engels «help in» — denk aan «help + en»
Opmerkingen
Sterk onregelmatig werkwoord: de vormen du/er veranderen van klinker (du hilfst, er hilft). Gebruikt «haben» in het perfectum. Datief object: helfen + datief. | Onovergankelijk werkwoord; passieve vormen zijn doorgaans niet van toepassing.