helfen

verb
helpen, bijstaan
A1

helfen is een sterk, onregelmatig werkwoord met de betekenis ‘helpen’ of ‘bijstaan’. In de tegenwoordige tijd verandert de stamklinker e→i: du hilfst, er hilft; voltooid deelwoord: geholfen; hulpwerkwoord haben. Het werkwoord regeert de datief: jemandem helfen.

Voorbeelden

Die Krankenschwester hilft dem Patienten.
De verpleegkundige helpt de patiënt.
Kannst du mir bitte helfen?
Kun je me alsjeblieft helpen?
Ich habe ihm geholfen.
Ik heb hem geholpen.

Details

Hulpwerkwoordhaben
ScheidbaarNee
RegelmatigNee
Werkwoordtypestrong
StamveranderingenPresent stem vowel change: e → i in du/er (du hilfst, er hilft); Präteritum stem 'half'

Hoofdsvormen

Präsens (3. Sg.)er/sie/es hilft
Präteritum (3. Sg.)er/sie/es half
Perfekter/sie/es hat geholfen

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je een hand voor die uitreikt om te helpen — helfen
👂Klinkt als Engels «help in» — denk aan «help + en»

Opmerkingen

Sterk onregelmatig werkwoord: de vormen du/er veranderen van klinker (du hilfst, er hilft). Gebruikt «haben» in het perfectum. Datief object: helfen + datief. | Onovergankelijk werkwoord; passieve vormen zijn doorgaans niet van toepassing.

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek

ichhelfe
duhilfst
er/sie/eshilft
wirhelfen
ihrhelft
sie/Siehelfen
ichhelfe
duhelfest
er/sie/eshelfe
wirhelfen
ihrhelfet
sie/Siehelfen
ichwürde helfen
duwürdest helfen
er/sie/eswürde helfen
wirwürden helfen
ihrwürdet helfen
sie/Siewürden helfen
duHilf!
ihrHelft!
SieHelfen!