Handel

noun
trade, commerce
B1

Handel betekent „handel” of „commerce” en verwijst naar de koop en verkoop van goederen en commerciële activiteit. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord; genitief: des Handels. Vaak in samenstellingen zoals Außenhandel en Einzelhandel.

Voorbeelden

Die Firma erweiterte den Handel, weil das Team neue Lieferanten fand und mehr Waren anbieten wollte.
Het bedrijf breidde de handel uit omdat het team nieuwe leveranciers vond en meer goederen wilde aanbieden.
Der Handel mit exotischen Waren wächst jedes Jahr.
De handel in exotische goederen groeit elk jaar.
Der internationale Handel ist für die Wirtschaft sehr wichtig.
Internationale handel is erg belangrijk voor de economie.

Details

MeervoudHandel

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativeder Handelnot applicable
genitivedes Handelsnot applicable
dativedem Handelnot applicable
accusativeden Handelnot applicable

Ezelsbruggetjes

👁️two people shaking hands after a deal to remember trade/commerce
👂sounds like 'hand' + 'el' — think of hands exchanging goods
⚧️der — imagine 'der Handel' as a strong, concrete concept (masculine)

Opmerkingen

Often used as a mass noun in German (unchanged in many contexts). Can refer to both retail trade and international commerce. | Mass noun/singular-only; plural declension forms are not applicable.

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek