noun
handelaar, verkoper, koopman
B1
Händler is een mannelijk zelfstandig naamwoord en betekent “handelaar, koopman, verkoper”. Meervoud: die Händler. Genitief enkelvoud: des Händlers; datief meervoud: den Händlern. Veel gebruikt in handel en voor iemand die goederen koopt en verkoopt.
Voorbeelden
Der Händler auf dem Markt verkauft frisches Obst und Gemüse.
De verkoper op de markt verkoopt verse groenten en fruit.
Der Händler ist ein freundlicher Ladenbesitzer.
De handelaar is een vriendelijke winkelier.
Die Ware wurde dem Händler verkauft, obwohl viele Kunden den Preis zu hoch fanden.
De goederen werden aan de handelaar verkocht, hoewel veel klanten de prijs te hoog vonden.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je iemand voor achter een marktkraam die goederen verkoopt en zichzelf een «Händler» noemt.
Klinkt als «handler» — iemand die goederen hanteert, een handelaar.
mannelijk — «der Händler» (denk aan een mannelijke winkelier als geheugensteun).
Opmerkingen
Verwijst naar iemand die goederen verhandelt of verkoopt; kan afhankelijk van de context slaan op kleine marktverkopers of grotere handelaren.