Hamburger

noun
Hamburger, hamburger
A2

Hamburger kan betekenen: iemand uit Hamburg of de hamburger als broodje. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Hamburger. Het meervoud is gelijk: die Hamburger; in de datief meervoud komt -n erbij: den Hamburgern. De context bepaalt de betekenis.

Voorbeelden

Er ist Hamburger und lebt in der Stadt Hamburg.
Hij komt uit Hamburg en woont in de stad Hamburg.
Der Tourist bestellte einen Hamburger, obwohl ihn der Kellner vor der langen Wartezeit gewarnt hatte.
De toerist bestelde een hamburger, hoewel de ober hem had gewaarschuwd voor de lange wachttijd.
Ich esse einen Hamburger.
Ik eet een hamburger.

Details

MeervoudHamburger

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativeder Hamburgerdie Hamburger
genitivedes Hamburgersder Hamburger
dativedem Hamburgerden Hamburgern
accusativeden Hamburgerdie Hamburger

Ezelsbruggetjes

πŸ‘οΈEen persoon met een Hamburg-vlag en een burger met het label β€˜Hamburger’
πŸ‘‚Hamburg + -er β†’ Hamburger
⚧️der β†’ stel je een man uit Hamburg voor of een mannelijke sandwichnaam

Opmerkingen

Kan een inwoner van Hamburg of het gerecht betekenen; de context maakt het duidelijk.

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek