noun
Hamburger, hamburger
A2
Hamburger kan betekenen: iemand uit Hamburg of de hamburger als broodje. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Hamburger. Het meervoud is gelijk: die Hamburger; in de datief meervoud komt -n erbij: den Hamburgern. De context bepaalt de betekenis.
Voorbeelden
Er ist Hamburger und lebt in der Stadt Hamburg.
Hij komt uit Hamburg en woont in de stad Hamburg.
Der Tourist bestellte einen Hamburger, obwohl ihn der Kellner vor der langen Wartezeit gewarnt hatte.
De toerist bestelde een hamburger, hoewel de ober hem had gewaarschuwd voor de lange wachttijd.
Ich esse einen Hamburger.
Ik eet een hamburger.
Details
Ezelsbruggetjes
Een persoon met een Hamburg-vlag en een burger met het label βHamburgerβ
Hamburg + -er β Hamburger
der β stel je een man uit Hamburg voor of een mannelijke sandwichnaam
Opmerkingen
Kan een inwoner van Hamburg of het gerecht betekenen; de context maakt het duidelijk.