Transport

noun
transport, verzending
B1

Transport betekent ‘vervoer’ van personen of goederen, maar ook ‘zending’ of ‘transport’. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Transport, meervoud Transporte. Veel gebruikt in logistiek, verkeer en handel.

VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES

Wir organisieren den Transport per LKW.
Wij regelen het transport per vrachtwagen.
Der Transport der Waren erfolgt per LKW.
Het vervoer van de goederen gebeurt per vrachtwagen.
Die Waren mussten per Transport verschickt werden, weil die Produktion abgeschlossen war.
De goederen moesten per transport worden verzonden, omdat de productie was afgerond.

VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL

VOCABULARY.DETAILS.PLURALTransporte

VOCABULARY.DETAILS.DECLENSION

VOCABULARY.DETAILS.CASEVOCABULARY.DETAILS.SINGULARVOCABULARY.DETAILS.PLURAL
nominativeder Transportdie Transporte
genitivedes Transportsder Transporte
dativedem Transportden Transporten
accusativeden Transportdie Transporte

VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS

👁️Stel je een grote vrachtwagen voor met het label «TRANSPORT», die dozen over een kaart vervoert.
👂Zoals het Engelse woord «transport».
⚧️der = stel je een grote mannelijke vrachtwagenchauffeur voor die het transport overziet.

VOCABULARY.DETAILS.NOTES

Formeel/technisch zelfstandig naamwoord dat vaak in de logistiek wordt gebruikt. Meervoud meestal: «Transporte».

VOCABULARY.DETAILS.CATEGORY

VOCABULARY.DETAILS.VOCABULARY_EXPLORER

VOCABULARY.DETAILS.NEARBY_WORDS