Museum

noun
museum
A2

Museum is een onzijdig zelfstandig naamwoord en betekent een museum: een gebouw of instelling met culturele, wetenschappelijke of historische collecties. Meervoud: Museen. Verbuiging: das Museum, des Museums, den Museen. Vaak met besuchen of besichtigen.

Voorbeelden

Wir gehen morgen ins Museum.
We gaan morgen naar het museum.
Wir waren mit unserer Klasse im Museum.
We waren met onze klas in het museum.
Der Direktor erklärte, dass das Museum wegen Renovierungen geschlossen wurde, obwohl die Besucher enttäuscht waren.
De directeur legde uit dat het museum wegens renovaties was gesloten, hoewel de bezoekers teleurgesteld waren.

Details

MeervoudMuseen

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativedas Museumdie Museen
genitivedes Museumsder Museen
dativedem Museumden Museen
accusativedas Museumdie Museen

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je een klassiek museumgebouw met zuilen en het bordje ‘Museum’ voor.
👂Museum — net als in het Engels, makkelijk te onthouden.
⚧️das Museum — onthoud met ‘das Gebäude’ (gebouw), dus onzijdig.

Opmerkingen

Meervoud: Museen. Vaak gebruikt in culturele en reiscontexten.

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek