noun
museum
A2
Museum is een onzijdig zelfstandig naamwoord en betekent een museum: een gebouw of instelling met culturele, wetenschappelijke of historische collecties. Meervoud: Museen. Verbuiging: das Museum, des Museums, den Museen. Vaak met besuchen of besichtigen.
Voorbeelden
Wir gehen morgen ins Museum.
We gaan morgen naar het museum.
Wir waren mit unserer Klasse im Museum.
We waren met onze klas in het museum.
Der Direktor erklärte, dass das Museum wegen Renovierungen geschlossen wurde, obwohl die Besucher enttäuscht waren.
De directeur legde uit dat het museum wegens renovaties was gesloten, hoewel de bezoekers teleurgesteld waren.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een klassiek museumgebouw met zuilen en het bordje ‘Museum’ voor.
Museum — net als in het Engels, makkelijk te onthouden.
das Museum — onthoud met ‘das Gebäude’ (gebouw), dus onzijdig.
Opmerkingen
Meervoud: Museen. Vaak gebruikt in culturele en reiscontexten.