noun
theater
A2
Theater is een onzijdig zelfstandig naamwoord en betekent ‘theater’ als gebouw of als kunstvorm. Meervoud: Theater. De verbuiging is regelmatig: das Theater, des Theaters; datief meervoud den Theatern. Een veelgebruikt leenwoord zonder bijzondere meervoudsvorm.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Als die Freunde im Theater waren, diskutierten sie die Aufführung, weil die Inszenierung ungewöhnlich war.
Toen de vrienden in het theater waren, bespraken ze de voorstelling, omdat de enscenering ongebruikelijk was.
Wir gehen heute ins Theater.
We gaan vandaag naar het theater.
Das Theater hat eine neue Aufführung.
Het theater heeft een nieuwe voorstelling.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je een podium voor met rode gordijnen en het bord ‘THEATER’.
Zoals Engels ‘theater/theatre’.
das = onzijdig: denk aan het gebouw (een neutraal object).
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Meervoud vaak « die Theater ». Kan het gebouw of de kunstvorm betekenen.