noun
gevangenis, cel, gevangenisgebouw
B1
Gefängnis betekent ‘gevangenis’ of ‘cel’. Het is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Gefängnis. Meervoud: Gefängnisse. Genitief enkelvoud: des Gefängnisses. Gebruik ins Gefängnis voor beweging en im Gefängnis voor plaats. Vaak in juridische context.
Voorbeelden
Das Gefängnis liegt außerhalb der Stadt.
De gevangenis ligt buiten de stad.
Der Richter verurteilte den Mann, weil belastende Beweise vorlagen, und er musste ins Gefängnis gehen.
De rechter veroordeelde de man omdat er belastend bewijs was, en hij moest naar de gevangenis.
Ich gehe ins Gefängnis.
Ik ga naar de gevangenis.
Details
Ezelsbruggetjes
stel je tralieramen voor en een bordje ‘Gefängnis’ boven de poort
geh-FENG-nis — denk aan ‘fence’ als de tralies van een gevangenis
das Gefängnis — veel woorden op -nis zijn onzijdig (das)
Opmerkingen
Onzijdig zelfstandig naamwoord; meervoud meestal: Gefängnisse. Gebruikt in juridische en nieuwscontexten.