preposition
naar, na
A1
Nach is een Duits voorzetsel dat „naar” of „na” betekent, afhankelijk van de context. Het hoort altijd bij de datief. Je gebruikt het vaak bij bestemmingen zonder lidwoord, zoals nach Berlin, en bij tijdsaanduidingen zoals nach dem Essen.
Voorbeelden
Wir fahren nach Berlin.
We gaan naar Berlijn.
Nach dem Essen gehen wir spazieren.
Na het eten gaan we wandelen.
Der Reisende berichtete, dass er nach Berlin fuhr, obwohl das Wetter schlecht war.
De reiziger vertelde dat hij naar Berlijn reed, hoewel het weer slecht was.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een pijl voor die ‘naar’ een stad genaamd Berlijn wijst, met het woord ‘nach’ erboven.
Klinkt als Engels ‘nach’ uitgesproken als ‘nahk’ — denk aan ‘naar/na’.
Opmerkingen
Een voorzetsel met twee gebruikswijzen: voor bestemmingen (naar) en voor tijd (na). Bij richting wordt het vaak gebruikt met plaatsnamen zonder lidwoord; in temporele betekenis staat het met de datief.