verb
bevallen, vallen
A1
gefallen betekent vooral ‘bevallen’ of ‘graag mogen’: Mir gefällt das Buch = ‘Ik vind het boek leuk’. De persoon die iets leuk vindt, staat in de datief. Het is een sterk onregelmatig werkwoord met klinkerwisseling (gefäll- / gefiel). In deze betekenis vormt het perfect met haben.
Voorbeelden
Das Buch gefällt mir.
Ik vind het boek leuk.
Das neue Design gefiel den Kunden, obwohl es deutlich teurer als das alte Modell gewesen war.
Het nieuwe ontwerp beviel de klanten, hoewel het aanzienlijk duurder was geweest dan het oude model.
Das Buch hat mir sehr gefallen.
Ik vond het boek erg leuk.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je iemand voor die glimlacht omdat iets mooi op zijn plaats «valt» — dat bevalt hem
klinkt als «gee-FALL-en» → «vallen» (maar de gewone betekenis is «bevallen»/«plezier doen»)
Opmerkingen
Wordt vaak gebruikt in de onpersoonlijke constructie «mir gefällt ...» met de betekenis «ik vind ... leuk». Betekent ook letterlijk «vallen» in andere contexten (zie opmerking). Als lemma: behandel «gefallen» (bevallen) met hulpwerkwoord haben. Het voltooid deelwoord «gefallen» is ook het voltooid deelwoord van «fallen» (vallen) en wordt in die betekenis met sein gebruikt (bijv. Der Apfel ist gefallen). Passieve vormen voor het onovergankelijke «fallen» zijn doorgaans niet standaard. Imperatiefvormen zijn ongebruikelijk en worden in dit lemma als niet van toepassing beschouwd.