noun
voorwerp, object, onderwerp
B1
Gegenstand betekent „voorwerp”, „object” of „onderwerp/thema”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Gegenstand; meervoud: die Gegenstände. Je gebruikt het zowel voor een concreet ding als voor het onderwerp van een gesprek of studie. Genitief: des Gegenstandes.
Voorbeelden
Was ist das für ein seltsamer Gegenstand?
Wat voor vreemd voorwerp is dat?
Die Polizisten beschlagnahmten den Gegenstand, weil er mit dem Einbruch in Verbindung stand.
De politie nam het voorwerp in beslag omdat het verband hield met de inbraak.
Der Gegenstand des Vortrags ist Umweltschutz.
Het onderwerp van de lezing is milieubescherming.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een item op een displaystandaard voor met het label «Gegenstand».
Klinkt als «gay-gen-stand» — stel je een standaard voor die een object vasthoudt (Gegenstand).
der — stel je een mannelijk label «der» op het object voor om het geslacht te onthouden.
Opmerkingen
Kan een fysiek voorwerp of een abstract onderwerp betekenen (Gegenstand einer Diskussion).