Gegenstand

noun
voorwerp, object, onderwerp
B1

Gegenstand betekent „voorwerp”, „object” of „onderwerp/thema”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Gegenstand; meervoud: die Gegenstände. Je gebruikt het zowel voor een concreet ding als voor het onderwerp van een gesprek of studie. Genitief: des Gegenstandes.

Voorbeelden

Was ist das für ein seltsamer Gegenstand?
Wat voor vreemd voorwerp is dat?
Die Polizisten beschlagnahmten den Gegenstand, weil er mit dem Einbruch in Verbindung stand.
De politie nam het voorwerp in beslag omdat het verband hield met de inbraak.
Der Gegenstand des Vortrags ist Umweltschutz.
Het onderwerp van de lezing is milieubescherming.

Details

MeervoudGegenstände

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativeder Gegenstanddie Gegenstände
genitivedes Gegenstandesder Gegenstände
dativedem Gegenstandden Gegenständen
accusativeden Gegenstanddie Gegenstände

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je een item op een displaystandaard voor met het label «Gegenstand».
👂Klinkt als «gay-gen-stand» — stel je een standaard voor die een object vasthoudt (Gegenstand).
⚧️der — stel je een mannelijk label «der» op het object voor om het geslacht te onthouden.

Opmerkingen

Kan een fysiek voorwerp of een abstract onderwerp betekenen (Gegenstand einer Diskussion).

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek