preposition
over, boven, over ... heen
A1
über is een tweerichtingsvoorzetsel. Het betekent ‘boven/over’ bij plaats of beweging en ook ‘over, betreffende’. Bij beweging gebruik je meestal de accusatief, bij een vaste plaats de datief; in de betekenis ‘over/omtrent’ vaak ook accusatief.
Voorbeelden
Die Diskussion über die neuen Regeln dauerte lange, weil die Teilnehmer verschiedene Vorschläge machten.
De discussie over de nieuwe regels duurde lang, omdat de deelnemers verschillende voorstellen deden.
Der Ball flog über das Dach.
De bal vloog over het dak.
Wir sprechen über das Problem.
We hebben het over het probleem.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een brug ‘über’ een rivier voor — ‘über’ = over/boven; voor ‘over’ denk je aan een boek over een onderwerp met de titel ‘Über...’.
Opmerkingen
Een tweeledige prepositie in contexten van plaats versus beweging (en vaak gebruikt met de accusatief om ‘over’ te betekenen wanneer over onderwerpen wordt gesproken).