numeral
vijf
A1
fünf betekent ‘vijf’, het hoofdtelwoord voor 5. Je gebruikt het bij tellen en in samenstellingen zoals fünfzig en fünfundzwanzig. De rangtelwoordvorm is fünfte. Als los woord is het onveranderlijk, maar als bijvoeglijke bepaling kan het uitgangen krijgen.
Voorbeelden
Ich habe fünf Äpfel gekauft.
Ik heb vijf appels gekocht.
Fünf Teilnehmer blieben länger, weil die Diskussion sehr spannend war.
Vijf deelnemers bleven langer, omdat de discussie erg boeiend was.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je vijf vingers voor die omhoog worden gehouden — het woord «fünf» roept dat beeld op.
klinkt als «foonf» — denk aan «fun» met een extra f.