adjective
vers
A2
frisch betekent ‘vers’, ‘fris’ of ‘nieuw’. Het is een bijvoeglijk naamwoord dat je kunt vergelijken: frischer, am frischesten. Gebruik het voor eten, lucht, indrukken of kleuren. Veelvoorkomende tegenstellingen zijn alt en verdorben.
Voorbeelden
Die Küche roch frisch, nachdem die Fenster geöffnet wurden.
De keuken rook fris nadat de ramen waren geopend.
Das Gemüse ist frisch und knackig.
De groenten zijn vers en knapperig.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je knapperige groenten voor met het label ‘frisch’ op een markt.
Denk aan het Engelse ‘fresh’ — hetzelfde gevoel in de uitspraak.
Opmerkingen
Gebruikt voor eten, lucht of alles wat onlangs gemaakt of vernieuwd is.