noun
termijn, deadline, uiterste datum
B1
Frist is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord en betekent ‘termijn’, ‘deadline’ of ‘tijdslimiet’. Meervoud: Fristen. Veelgebruikte combinaties zijn eine Frist setzen, innerhalb einer Frist en Frist verlängern/ablaufen. De verbuiging is regelmatig.
Voorbeelden
Du musst die Aufgabe innerhalb der Frist abgeben, sonst ist sie ungültig.
Je moet de opdracht binnen de termijn inleveren, anders is ze ongeldig.
Ich habe eine Frist.
Ik heb een deadline.
Die Abteilung setzte eine klare Frist, damit alle Unterlagen rechtzeitig eingereicht werden konnten.
De afdeling stelde een duidelijke deadline vast, zodat alle documenten op tijd konden worden ingediend.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een rood gemarkeerd vak in een kalender voor met een tikkende klok en het label «Frist».
Klinkt een beetje als «wrist» — denk aan een polshorloge dat een deadline aftelt.
die — denk aan «die Frist» (de -t-uitgang komt vaak voor bij vrouwelijke woorden).
Opmerkingen
Frist verwijst meestal naar juridische of administratieve termijnen (deadlines). Het kan zowel in formele contexten (aanvragen, contracten) als in alledaagse contexten worden gebruikt.