Friseur

noun
kapper, barbier
B1

Friseur (m.) betekent „kapper” of „barbier”. Meervoud: Friseure. Mannelijk zelfstandig naamwoord met regelmatige verbuiging: der Friseur, die Friseure, dem Friseur, des Friseurs. Het woord verwijst naar iemand die haar knipt, stylet en advies geeft; soms ook naar de salon.

Voorbeelden

Ich muss dringend zum Friseur, meine Haare sind zu lang.
Ik moet dringend naar de kapper, mijn haar is te lang.
Der Kunde ging zum Friseur, weil er für die Hochzeit eine neue Frisur haben wollte.
De klant ging naar de kapper omdat hij voor de bruiloft een nieuw kapsel wilde.
Der Friseur schnitt dem Mann den Bart und rasierte ihn glatt.
De kapper knipte de baard van de man bij en scheerde hem glad.

Details

MeervoudFriseure

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativeder Friseurdie Friseure
genitivedes Friseursder Friseure
dativedem Friseurden Friseuren
accusativeden Friseurdie Friseure

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je een salonsign voor met het woord « Friseur » en een schaar.
👂Klinkt als « frizz yer » — denk aan iemand die pluizig haar in model brengt.
⚧️der — stel je een mannelijke barbier voor in een ouderwetse herensalon om het mannelijke geslacht te onthouden.

Opmerkingen

Friseur is het standaard-Duitse woord voor iemand die haar knipt. Frisör is een oudere/alternatieve spelling. In alledaagse taal hoor je ook « zum Friseur gehen » in de betekenis van « naar de kapper gaan » / « je haar laten knippen ».

Categorie

Woordenschatverkenner

In de buurt in het woordenboek