noun
vrede
B1
Friede betekent ‘vrede’ of ‘rust’, dus de afwezigheid van oorlog of onrust. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord; meestal enkelvoud, maar het meervoud is ook Frieden. Genitief enkelvoud: des Friedens. Veelgebruikte combinaties: in Frieden leben, Frieden schließen. Klinkt wat plechtig.
Voorbeelden
Die Verhandlungen führten zum Frieden, nachdem lange Diskussionen stattgefunden hatten.
De onderhandelingen leidden tot vrede nadat er lange discussies hadden plaatsgevonden.
Nach dem Krieg kehrte endlich Friede ein.
Na de oorlog keerde eindelijk de vrede terug.
Ich wünsche mir Friede.
Ik wens vrede.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een duif voor die zacht neerstrijkt op een stille weide — dat rustige beeld past bij Friede.
Klinkt als «FREE-duh» — denk aan «free» als vrijheid, wat met vrede samenhangt.
der = denk aan «der» als de «mannelijke bewaker» die vrede beschermt; mannelijke woorden kun je aan een mannelijke figuur koppelen.
Opmerkingen
Friede wordt vaak gebruikt in vaste uitdrukkingen en in poëtische of formele contexten (bijv. «Friede sei mit dir»). Het overlapt met Frieden; Friede kan iets formeler of plechtiger aanvoelen.