adjective
bekend, vertrouwd
A1
bekannt betekent ‘bekend’ of ‘vertrouwd’. Het is een bijvoeglijk naamwoord voor personen, plaatsen of feiten. Het is trapbaar: bekannter, am bekanntesten. Tegenovergestelde: unbekannt. Het kan ook als voltooid deelwoord functioneren. Veelgebruikt in het dagelijks taalgebruik.
Voorbeelden
Der Sänger war damals sehr bekannt, obwohl sein erstes Album kaum Beachtung fand.
De zanger was destijds erg bekend, hoewel zijn eerste album nauwelijks aandacht kreeg.
Die Melodie ist mir bekannt.
De melodie komt me bekend voor.
Er ist ein bekannter Musiker.
Hij is een bekende muzikant.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een beroemd persoon voor met het label « bekannt » erboven
Klinkt als ‘be-cant’ — stel je iemand voor die je kunt ‘herkennen’
Opmerkingen
« Bekannt » is een participiaal bijvoeglijk naamwoord (historisch van werkwoorden zoals « bekanntmachen » / « bekanntgeben »). Het wordt vaak predicatief en attributief gebruikt.