gewohnt

adjective
gewend, gewoon
B1

gewohnt betekent ‘gewend’ of ‘vertrouwd’. Het is een bijvoeglijk naamwoord dat uit het voltooid deelwoord van gewöhnen komt. Vaak in de constructie an etwas gewohnt sein. Het is trapbaar: gewohnter, am gewohntesten.

Voorbeelden

Ich bin es gewohnt, jeden Morgen Kaffee zu trinken.
Ik ben gewend om elke ochtend koffie te drinken.
Er ist gewohnt, früh aufzustehen.
Hij is gewend vroeg op te staan.
Die Gäste wirkten am Anfang unsicher, weil sie das moderne Hotel noch nicht gewohnt waren.
De gasten leken in het begin onzeker, omdat ze nog niet gewend waren aan het moderne hotel.

Details

VergelijkbaarJa
Vergrotende trapgewohnter
Overschrijvende trapam gewohntesten
Voltooid deelwoordJa

Ezelsbruggetjes

👁️Imaginez quelqu’un de détendu parce qu’il fait la même chose depuis des années — il a l’air « gewohnt ».
👂Ressemble à « geh-VOHNT » — comme « well-VAUNT », imaginez être à l’aise avec quelque chose.

Opmerkingen

Il s’agit d’un adjectif participial dérivé du verbe « gewöhnen » et il est couramment utilisé dans des constructions pronominales (par ex. « ich bin es gewohnt »).

Categorie

Woordenschatverkenner

In de buurt in het woordenboek