noun
vlek, plek, smet
B1
Fleck betekent ‘vlek’, ‘plek’ of ‘gebrek’, letterlijk en figuurlijk. Mannelijk zelfstandig naamwoord: der Fleck. Meervoud: Flecken. Regelmatige verbuiging, met vormen als des Flecks.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Ein kleiner Fleck ruinierte das neue Kleid.
Een kleine vlek verpestte de nieuwe jurk.
Auf dem Hemd ist ein großer Fleck.
Er zit een grote vlek op het overhemd.
Der Fleck ließ sich mit Seife entfernen.
De vlek kon met zeep worden verwijderd.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Visualiseer een kleine donkere vlek op een wit shirt met het label «Fleck».
klinkt als «fleck» — denk aan een verfspat.
der Fleck — onthoud het mannelijk geslacht door je een man voor te stellen die naar de vlek wijst.
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Veelgebruikt woord voor vlekken op kleding of oppervlakken; meervoud meestal «die Flecken».