noun
figuur, silhouet, vorm
B1
Figur betekent „figuur”, „silhouet” of „vorm”. Het kan gaan om iemands lichaamsvorm, een geometrische vorm of een personage in een verhaal. Vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Figur; meervoud: die Figuren. Regelmatige verbuiging en veelgebruikte basiswoordenschat.
Voorbeelden
Sie hat eine sportliche Figur.
Ze heeft een sportief figuur.
Seine Figur veränderte sich nach dem Training deutlich.
Zijn lichaamsvorm veranderde duidelijk na de training.
Die Kinder stellten die Figur in die Vitrine, obwohl sie wussten, dass sie leicht herunterfallen konnte.
De kinderen zetten het beeldje in de vitrine, hoewel ze wisten dat het gemakkelijk kon vallen.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een standbeeld of de omtrek van een menselijk lichaam voor om ‘Figur’ te onthouden.
Klinkt als het Engelse ‘figure’ — hetzelfde basisidee.
die — denk aan ‘de vrouwelijke silhouet’ om het vrouwelijke geslacht te onthouden.
Opmerkingen
Figur kan verwijzen naar iemands lichaamsbouw of silhouet, een figuur in de kunst, of een abstracte vorm. De context bepaalt de exacte Engelse equivalent.