verb
vieren, feestvieren
A1
feiern betekent „vieren”, „feestvieren” of een gebeurtenis herdenken. Het is een regelmatig zwak werkwoord (voltooid deelwoord: gefeiert) met haben in de voltooide tijden. Het is niet-reflexief, niet scheidbaar en heeft geen klinkerwisseling. Veel gebruikt bij feesten, verjaardagen en successen.
Voorbeelden
Die Nachbarn feierten bis spät in die Nacht, weil sie den runden Geburtstag der Großmutter feiern wollten.
De buren vierden feest tot laat in de nacht, omdat ze de ronde verjaardag van oma wilden vieren.
Wir feiern heute meinen Geburtstag.
We vieren vandaag mijn verjaardag.
Wir feiern heute meinen Geburtstag.
We vieren vandaag mijn verjaardag.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je mensen voor die juichen en een spandoek met «Feier!» vasthouden.
Klinkt als «fire-in» — stel je een feest met vuur en viering voor.