noun
veld, akker, terrein
B1
Feld betekent ‘veld’, ‘terrein’ of figuurlijk ‘vak/domein’. Het is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Feld. Meervoud: die Felder. Regelmatige verbuiging, genitief des Feldes. Veel gebruikt in landbouw, maar ook in abstracte combinaties zoals Forschungsfeld.
Voorbeelden
Das Feld ist groß und voller Blumen.
Het veld is groot en vol bloemen.
Der Bauer pflügt das Feld.
De boer ploegt het veld.
Die Bauern pflügten das Feld, weil der Boden nach dem Regen wieder trocken war.
De boeren ploegden het veld, omdat de grond na de regen weer droog was.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een grote open groene vlakte voor met rijen gewassen tot aan de horizon.
klinkt als het Engelse 'filled' — stel je een veld voor dat vol bloemen staat.
das (onzijdig) — stel je een klein bordje op het veld voor met 'das Feld' (label het object met 'das').
Opmerkingen
Feld verwijst meestal naar een landbouwveld of open gebied. Het kan ook figuurlijk worden gebruikt (bijv. 'das Feld der Forschung' = het onderzoeksveld).