noun
feest, viering, feestelijkheid
A2
Feier betekent ‘feest’, ‘viering’ of ‘plechtigheid’. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Feier, meervoud die Feiern. Veelgebruikte combinaties zijn eine Feier feiern, veranstalten of geben. De context bepaalt of het om een informeel feest of een officiële ceremonie gaat.
Voorbeelden
Die Feier war sehr schön.
Het feest was erg mooi.
Die Nachbarn organisierten eine Feier, obwohl viele Bewohner früh arbeiten mussten.
De buren organiseerden een feest, hoewel veel bewoners vroeg moesten werken.
Die Geburtstagsparty war eine schöne Feier mit Freunden.
Het verjaardagsfeest was een mooi feest met vrienden.
Details
Ezelsbruggetjes
Mensen met ballonnen en taart op een feest.
Denk aan „fair” — een feestelijk evenement.
die — veel zelfstandige naamwoorden voor evenementen/feesten zijn vrouwelijk: die Feier.
Opmerkingen
Veelvoorkomende combinaties: „Feier geben/veranstalten”, „Feierabend” (einde van de werkdag).