noun
fout, vergissing, error
A1
Fehler is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Fehler. Het betekent „fout”, „vergissing” of „defect”, afhankelijk van de context. Meervoud: die Fehler. Veel gebruikt in het dagelijks leven en in technische contexten: einen Fehler machen, einen Fehler finden, einen Fehler beheben.
Voorbeelden
Ich habe einen Fehler gemacht.
Ik heb een fout gemaakt.
Der Computer zeigt einen Fehler an.
De computer geeft een foutmelding.
Der Redakteur entdeckte einen Fehler im Text, obwohl der Autor die Version sorgfältig geprüft hatte.
De redacteur ontdekte een fout in de tekst, hoewel de auteur de versie zorgvuldig had gecontroleerd.
Details
Ezelsbruggetjes
beeld je een rode cirkel in die een fout op een toets markeert
klinkt als «fail-er» — iemand die een fout heeft gemaakt
der (mannelijk) — stel je «der Fehler» voor naast een verkeerd antwoord
Opmerkingen
«Fehler» wordt zowel gebruikt voor menselijke vergissingen als voor technische fouten.