Gespräch

noun
gesprek, gesprekje, conversatie
A1

Gespräch betekent ‘gesprek’, ‘conversatie’ of ‘onderhoud’. Het is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Gespräch, meervoud Gespräche. Veelgebruikte combinaties: ein Gespräch führen, ein kurzes Gespräch mit jemandem. Verbuiging: des Gesprächs, den Gesprächen. Zowel privé als zakelijk gebruikelijk.

Voorbeelden

Wir hatten ein langes Gespräch über die Pläne.
We hadden een lang gesprek over de plannen.
Das Gespräch war sehr interessant.
Het gesprek was erg interessant.
Die Teilnehmer führten ein Gespräch, das länger dauerte, weil wichtige Entscheidungen getroffen wurden.
De deelnemers voerden een gesprek dat langer duurde, omdat er belangrijke beslissingen werden genomen.

Details

MeervoudGespräche

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativedas Gesprächdie Gespräche
genitivedes Gesprächsder Gespräche
dativedem Gesprächden Gesprächen
accusativedas Gesprächdie Gespräche